Jaarthema ’16-’17

Mag ik ? – Tim Taveirne

 

+/-

Kan minder meer zijn?

Alles is zoveel dat een klein beetje ook nog bijna alles is.

Herman de Coninck

“In der Beschränkung zeigt sich der Meister” oftewel “in de beperking toont zich pas de meester”, zo schreef J.W. von Goethe reeds in 1802. Ruim 200 jaar later is deze slagzin actueler dan ooit, weliswaar in de iets hippere versie van ‘less is more’.
Studium staat dit academiejaar stil bij de vraag of dat wel zo is: is minder meer? Oftewel: toont de meester zich effectief in de beperking, en zo ja, waarin kan die meerwaarde dan bestaan? En moet daarbij een onderscheid gemaakt worden tussen verminderen als keuze en beperking als uitdaging?

Minderen kent blijkbaar een hoge nieuwswaarde, gaande van de noodzaak om digitaal te minderen ter voorkoming van de zogenaamde ‘digibesitas’ tot ‘depriminderen’, een vers uitgevonden term die oproept tot meer lanterfanten en minder kwantificeren. Minder – zo is de achterliggende boodschap – is meer want het houdt de belofte in van een bescheiden, maar beter leven. Ook op economisch vlak blijkt de mantra van de eeuwig toenemende groei niet langer altijd en eeuwig de Bijbelse waarheid te zijn. Deeleconomie, burgerinitiatieven, de transitiebeweging en sociale economie zijn voorbeelden van een kentering in de teneur van het neoliberale grote verhaal. Consuminderen is een gangbaar begrip geworden. Low-impact leven gaat verder dan de lotgevallen van die ene excentriekeling die zijn ecologische voetafdruk minimaliseert.
          Minderen is een levensfilosofie die maatschappelijk gedragen wordt. Het betreft vaak een weloverwogen, bewuste keuze om vanuit het overbodige des te scherper naar de essentie te gaan. Het is een benadering waar de eenvoud het overneemt van het getierlantijn van resultaatdenken, waar het kennen, het kunnen en het weten aan vooraf zijn gegaan. Het gaat dan om het ontbenen van het overbodige.
          Kiezen voor minder is een keuze die steeds meer mensen maken. De zogenaamde degrowth-beweging bijvoorbeeld groeit overal. Die ‘ontgroeiing’ maakt werk van een economie die streeft naar ‘beter’ in plaats van ‘meer en sneller’. Beperken dus in ruil voor een beter leven en bijgevolg voor meer geluk. Niet toevallig heet deze beweging in Latijns-Amerika ‘buen vivir’.

Minderen is echter niet altijd een persoonlijke keuze, laat staan een bewuste keuze. Het houdt evenmin in alle omstandigheden de belofte in van het goede leven. Denk aan de vele vormen en de vele lagen van verlies die eveneens de kwetsbaarheid van het (samen)leven uitmaken: fysieke en psychische problemen, armoede, de vluchtelingenproblematiek…Wanneer omstandigheden dwingen tot minderen spreken we vaak van beperken, of beter van beperkt zijn. Dat kan door diverse factoren: beleid, politiek, oorlog of armoede, om er maar enkele te noemen.
          Maar ook een beperking kan een uitdaging zijn of de motor tot vernieuwing, creatie en verzet. Denk bijvoorbeeld aan de gerenommeerde Syrische muzikant Aeham al-Ahmad die met zijn pianospel te midden van de ruïnes troost bezorgde aan de belegerde bewoners van het Yarmouk-kamp.

Minderen is dus iets van allen en van overal. We beperken ons omdat we willen en omdat we moeten. De beperking is de maat van vele dingen die we willen, kunnen en moeten doen. Daarover zal het Studium dit jaar reflecteren in tien lezingen. Met o.a. Alicja Gescinska, Jim van Os, Wouter Deprez, Marente de Moor, Matthijs van Boxsel, Geert Van Hove en Alain Platel.

 

Comments are closed